Geschiedenis


Deze draaiende toren, ofwel kerstpiramide, ontleent zijn naam aan de oorsprong van zijn ontwikkeling. In de 18e eeuw waren piramideachtige beelden een vaak gebruikte kerstdecoratie in de welgestelde kringen. Zij waren in feite een houten constructie die met dennentakken, zilver- en goud elementen, en zelfs met suikergoed, versierd werden. Deze piramiden werden een halve eeuw later geleidelijk aan vervangen door de kerstboom. In eerste instantie
gebeurde dit door de welgestelden en nadat er meer en meer sparrenbossen aangeplant waren ging ook het gewone volk dit doen en zo is het gebruik van de kerstboom ontstaan.

Rond deze periode (2e helft van de 19e eeuw) werd in het Ertsgebergte het model van de door warme lucht aangedreven kerstpiramide gebouwd. Het draaiende deel toonde de binnenkant van een mijn met werkende hamers en watervoorzieningen. Zij werden in het begin “draai-kandelaren” genoemd en verbeelden in het begin naast het leven in een mijn ook scènes uit het dagelijkse landelijke bestaan of motieven uit de bijbel, zoals Adam en Eva. Blijkbaar waren in deze eerste periode de kunstenaars uit het Ertsgebergte meer bezig met de rijk versierde buitenkant dan met het verhaal dat de figuren op het draaiende deel vertelden. Er zijn daardoor verschillende vormen ontstaan (o.a. de ook heden nog geproduceerde
hangende kerstpiramides), waarbij de in verdiepingen verdeelde etage-piramide uiteindelijk doorbrak. Het aantal etages van de kerstpiramide is nogal verschillend, waarbij piramides met 1, 3 of 5 etages zeker de “bestsellers” zijn.